Ingrijpende nieuwe EU‑regels voor was- en reinigingsmiddelen

Ingrijpende nieuwe EU‑regels voor was- en reinigingsmiddelen

Beeld: AI gegenereerd

Ingrijpende nieuwe EU‑regels voor was- en reinigingsmiddelenDe EU heeft het speelveld voor fabrikanten, importeurs en handelaren van was- en reinigingsmiddelen fundamenteel veranderd. Op 2 maart 2026 is de nieuwe Verordening (EU) 2026/405 over detergenten en tensiden in het Publicatieblad van de EU verschenen. Zij vervangt stap voor stap de oude Detergentenverordening (EG) nr. 648/2004 en legt de lat aanzienlijk hoger – voor veiligheid, transparantie, dierenwelzijn en milieu.

 

Hieronder de belangrijkste wijzigingen!

 

1. Nieuwe definitie: detergenten kunnen ook micro-organismen bevatten

Detergenten zijn niet langer alleen chemische stoffen of mengsels. De verordening introduceert expliciet nieuwe producttypen op basis van micro-organismen. Daarom is de definitie van “detergens” flink uitgebreid.

Een “detergen” kan nu zijn:

  • een stof,
  • een mengsel,
  • een micro-organisme,
  • of een combinatie van deze,

die bedoeld is om:

  • textiel, vaat of oppervlakken te reinigen,
  • textiel, vaat of oppervlakken te weken (voorwas), te spoelen of te bleken,
  • de grip of geur van textiel te veranderen bij processen die het wassen aanvullen (bijvoorbeeld wasverzachters),
  • het reinigingsproces te ondersteunen bij gelijktijdig gebruik van een wasmiddel of machinaal vaatwasmiddel.

Biobased en “levende” reinigingsproducten vallen hiermee vol in het regelgevingskader.

 

2. Strikt dierenproefvrij – met slechts enkele uitzonderingen

Voor de EU‑interne markt geldt voortaan:

  • alleen detergenten en tensiden die zijn ontwikkeld met proefdiervrije testmethoden mogen worden toegelaten.

De Commissie kan in zeer beperkte, zwaar gemotiveerde uitzonderingsgevallen afwijken van dit verbod, maar alleen:

  • voor essentiële, niet-vervangbare stoffen, én
  • als de noodzaak van dierproeven voldoende wetenschappelijk onderbouwd is.

Dierenproeven worden dus de absolute uitzondering, niet langer een routine-instrument.

 

3. Digitaal tijdperk: digitale etikettering en digitale productpas (DPP)

 

3.1 Digitale productpas (DPP)

Voor ieder detergensproduct moet vóór het in de handel brengen een digitale productpas worden aangemaakt. Dit houdt in:

  • er moet een gestructureerd digitaal dossier bestaan met conformiteitsinformatie volgens Bijlage VI, deel A (verplichte informatie) en deel B;
  • het product moet worden geregistreerd in een Unieregister, dat een unieke registratiesleutel toekent;
  • de DPP moet gekoppeld zijn aan een gegevensdrager, bijvoorbeeld:
  • een QR‑code op etiket of verpakking, of
  • een code in begeleidende documenten bij bulkleveringen van detergenten of tensiden voor eindgebruikers.

De DPP moet ten minste 10 jaar beschikbaar blijven na het laatste in de handel brengen of het einde van de commercialisering van het product.

3.2 Digitale etikettering

Etiketten puilen vaak uit van veiligheidsinstructies, ingrediëntenlijsten en gebruiksaanwijzingen. De nieuwe verordening laat toe om een deel van deze informatie digitaal aan te bieden.

Belangrijk:

  • consumenten, professionele gebruikers en autoriteiten moeten snel en eenvoudig digitaal toegang hebben tot de productinformatie;
  • de digitale informatie loopt via dezelfde gegevensdrager als de DPP (bijvoorbeeld de QR‑code).

Fysieke etiketten blijven, maar worden aangevuld met een digitale laag die meer ruimte biedt voor gedetailleerde info.

 

4. Verplicht gegevensblad over ingrediënten

Fabrikanten zijn verplicht een gegevensblad over ingrediënten in te dienen bij de Europese Chemische Agentschap (ECHA) vóórdat zij detergenten of voor eindgebruikers bestemde tensiden (die mengsels zijn) in de handel brengen, wanneer:

  • voor dat mengsel géén meldingsplicht bestaat volgens artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1272/2008 (CLP).

Dat gegevensblad bevat onder meer:

  • de naam of handelsnaam van het product,
  • de UFI‑code,
  • een lijst van alle bewust toegevoegde stoffen (bijv. etherische oliën, conserveermiddelen, enz.).

Zo krijgen autoriteiten veel beter zicht op samenstellingen en mogelijke risico’s.

 

5. Vertegenwoordiger buiten de EU verplicht

Producenten die buiten de EU zijn gevestigd en een detergens of tensid op de EU-markt willen brengen, moeten volgens artikel 9:

  • een gemachtigde (bevollmächtigter) in de EU aanwijzen.

Deze vertegenwoordiger is formeel aanspreekpunt voor naleving en communicatie met de autoriteiten.

 

6. Navulstations: etiketten ook bij hervulling verplicht

Wie detergenten of tensiden via navulstations direct aan eindgebruikers aanbiedt, krijgt extra plichten zoals de verplichting dat elke hervulde verpakking moet zijn voorzien van:

  • een fysiek etiket, én
  • een digitale gegevensdrager (bv. QR‑code) met de vereiste informatie.

Ook bij hervulconcepten mogen gebruikers dus niet zonder duidelijke product- en veiligheidsinformatie blijven.

 

7. Biologische afbreekbaarheid: verder dan alleen tensiden

De eisen aan biologische afbreekbaarheid worden sterk uitgebreid. Niet alleen de tensiden zelf, maar ook andere componenten moeten voldoen. Concreet:

  • Op uiterlijk op 23 maart 2032 moeten folies of polymeren in folies voldoen aan bepaalde eisen voor biologische afbreekbaarheid.
  • Uiterlijk op 23 maart 2034 moeten organische stoffen (met uitzondering van tensiden, folies en polymeren in folies),
    die bewust worden toegevoegd in een concentratie van ≥ 10 gewichtsprocent van de totale massa aan stoffen (exclusief water),
    voldoen aan vastgestelde criteria voor biologische afbreekbaarheid, tenzij er een specifieke uitzondering geldt.

De boodschap: ook hulpstoffen, dragers en omhullingen moeten groener worden.

 

8. Fosforgehalte: strengere grenzen en mogelijke verdere aanscherping

De nieuwe verordening:

  • concretiseert de bestaande beperkingen voor fosfor,
  • stelt maximale fosforgehalten vast voor bepaalde productcategorieën.

Daarnaast moet de Commissie uiterlijk 23 maart 2028 beoordelen of het haalbaar is om de bestaande grenswaarden voor fosfor en fosforverbindingen verder te verlagen in:

    • voor consumenten bestemde machinale vaatwasmiddelen,
    • voor consumenten bestemde wasmiddelen

en om grenswaarden in te voeren voor:

  • consumenten bestemde reinigers voor harde oppervlakken,
  • consumenten bestemde handafwasmiddelen,
  • wasmiddelen voor de industriële en institutionele sector,
  • machinale vaatwasmiddelen voor de industriële en institutionele sector.

Bij die beoordeling worden expliciet meegenomen:

  • milieueffecten,
  • de beschikbaarheid van geschikte (fosforarme of fosforvrije) alternatieven,
  • de sociaaleconomische impact van vervanging.

 

9. Dosering: duidelijker en beter afgestemd op waterhardheid

De verordening legt gedetailleerde eisen op voor doseerinformatie voor consumenten bestemde:

  • wasmiddelen,
  • machinale vaatwasmiddelen,
  • bepaalde oppervlaktesreinigers (detergenten voor oppervlakken),

moeten etiketten vermelden:

  • de aanbevolen dosering,
  • de gebruikte eenheden (ml, g, of aantal eenheden), afgestemd op de waterhardheid,
  • het volume van het maatbekertje in ml of g,
  • duidelijke, zichtbare markeringen op het maatbekertje die overeenkomen met de aanbevolen doseringen per waterhardheid.

Voor consumenten-detergenten voor oppervlakken moet het etiket bovendien bevatten:

  • de aanbevolen verdunning, én
  • de te gebruiken hoeveelheid per oppervlak of andere relevante gebruiksinstructies.

Dit moet zowel overdosering (milieu, kosten) als onderdosering (slechte werking, mogelijk meer verbruik) helpen voorkomen.

 

10. Inwerkingtreding en overgangsregime

De Verordening (EU) 2026/405 is op 2 maart 2026 bekendgemaakt in het Publicatieblad van de EU.Zij treedt in werking op de twintigste dag na publicatie.

De oude Detergentenverordening:

  • Verordening (EG) nr. 648/2004 wordt per 23 september 2029 ingetrokken.
  • Verwijzingen naar de oude verordening worden dan geacht te verwijzen naar de nieuwe, overeenkomstig de concordantietabel in Bijlage VIII.

Overgangsbepalingen voor producten:

  • Detergenten en tensiden die vóór 23 september 2029 in de handel zijn gebracht en voldoen aan Verordening (EG) nr. 648/2004 (in de versie van 22 september 2029), mogen voor onbepaalde tijd op de markt worden aangeboden.
  • Detergenten en tensiden die tussen 22 september 2029 en 23 september 2030 in de handel zijn gebracht en nog voldoen aan die oude verordening, mogen tot 23 september 2030 op de markt worden aangeboden.

In alle andere gevallen gelden de nieuwe bepalingen, met uitzondering van artikel 4, lid 3 en 4, vanaf 23 september 2029.

 

Samenvattend

De nieuwe detergentenverordening dwingt de sector tot een forse inhaalslag: meer transparantie (DPP, digitale etiketten), striktere milieu-eisen (biologische afbreekbaarheid, fosfor), stevige bescherming van dieren, én scherpere informatieplicht richting gebruikers. Fabrikanten, importeurs en handelaren die zich tijdig aanpassen, bepalen straks de nieuwe standaard voor veilige en duurzame reinigingsproducten in de EU.

Bron: Wirtschaftskammer Oberösterreich
Lees ook: Hoe maken ECHA en REACH chemische stoffen veiliger?

Voorbehoud
Deze informatie is met de grootst mogelijke zorg samengesteld, in sommige gevallen uit verschillende informatiebronnen. (Interpretatie)fouten zijn niet uitgesloten. Er kan dus geen enkele wettelijke verplichting aan deze tekst worden ontleent. Iedereen die met dit onderwerp te maken krijgt, heeft zelf de verantwoordelijkheid om zich in de materie te verdiepen!